De gebrandschilderde glazen van de N.H. Kerk te Akkrum.

 

Leeuwarder Courant d.d. 16-12-1939.

 

Als vervolg op een alarmeerend artikel, dat op 3den December 11, in verschillende couranten was verschenen en dat handelde over den slechten toestand der gebrandschilderde ruiten van de kerk te Akkrum, kan ik mededeelen, dat de glazen inderdaad uit de kerkramen genomen zijn en naar een veiliger oord vervoerd, n.l. naar het Friesch Museum te Leeuwarden, waar ze, naar ik hoop, slechts korten tijd behoeven te worden opgeborgen.

Er is n.l. thans, op het laatste moment, in Akkrum een beweging ontstaan, om te trachten de ramen, die, in spijt van hun bedroevenden staat, toch altijd nog een zekere atmospheer aan het kerkinterieur wisten te geven, voor de plaats te bewaren.

Van de acht oorspronkelijke ”glaslichten” zijn er nog vier over, welke in het koor waren aangebracht en het is voor het herstel van deze vier ramen, dat men thans in Akkrum bezig is gelden bijeen te zamelen. De bekende Friesche glasschilder Haasdijk heeft zich belangeloos aangeboden. Tegen de onkosten, zijnde ongeveer f 500, is hij bereid de ramen te restaureeren. De gebrandschilderde glazen te Warga en Surhuizum zijn reeds eerder door hem hersteld. Degenen, die de Akkrumsche ramen in den laatsten tijd gezien hebben, zullen stellig getwijfeld hebben aan de mogelijkheid de ramen ooit weer in den oorspronkekelijken toestand terug te brengen.

We hebben hier echter het gelukkige toeval, dat in den topografischen atlas van het Friesche Museum oorspronkelijke ontwerpen van Tomas Gonggrijp voor twee dezer ramen aanwezig zijn, terwijl er van alle vier 19-eeuwsche afteekeningen bestaan. De twee ramen, waarvan we geen ontwerpen bezitten, worden in betrekkelijke gaven toestand weergegeven.

Het is mogelijk met behulp van deze tekeningen de restauratie grondig te doen slagen.

De ramen aan de Noordzijde zijn beide versierd met het Friesche wapen, geplaatst tusschen twee schilddragende leeuwen. Aan weerszijden hiervan allegorische vrouwenfiguren.

Onder de wapens, omringd door grillig rococo kruiwerk, staan respectievelijk de opschriften;

D’Edele Mogende Heren Raden ’s Hofs.

D’Edele Mogende Heren Rekenmeesters van Frieslandt.

Van de twee uit de Zuidzijde van het koor, stelt de meest Oostelijke voor het Oranje Nassau wapen met het onderschrift: Willem van V Prince van Orangien Nasau, Erf Stadhouder etc. etc.  Geboren den 8 Maart 1748. Dit onderschrift verschilt eenigzins van dat van het ontwerp, hetwelk, volgens een aantekening daarop, ook gediend heeft voor de kerk van Pingjum.
Het vierde raam wordt ingenomen door familiewapens, twee leeuwen en twee in ge sellig gehouden allegorische figuren. Dit      een samenstel van details van verschillende ramen. Gelukkig bezitten we hiervoor het ontwerp. Het blijkt dat vele onderdeelen van het ontwerp nog in dit raam aanwezig zijn. Hoe de glazen bij een vroegere poging tot herstel dooreen gehaald zijn, blijkt wel uit het linker bovenkwartier van het Oranje Nassau wapen, waarin zonder schroom, een gedeelte van het wapen van den grietman van Utingradeel Tinco Lycklama van Nieholt is geplaatst.

Op het ontwerp komen voor: op de bovenste rij van links naar rechts de wapens van Riemer Rijpkema, Tinco Lycklama van Nieholt en Johannes Kalsbeek, terwijl op de onderste rij de wapens van Pier Zijlstra, van de grietman Utingradeel en van dr. Dominie Bonnema aantreffen. Het jaartal 1760 geeft het jaar van ontstaan aan.

Het is ten zeerste te hopen dat men er in Akkrum in slaagt de benodigde gelden bijeen te brengen. Het aantal gebrandschilderde ramen is al niet meer zeer groot in onze provincie en van de door de gebroeders Gronggrijp uit Sneek vervaardigde werkstukken zijn de van Akkrumsche ramen de eenige die overgebleven zijn. Mogen ze spoedig in ….. den luister op hun oude plaats wederkeere.

Dr. A. WASSENBERGH.